Voeding en stofwisselingstype-bepaling
Iedereen is van binnen net zo uniek als van buiten. Wat voor de één gezond en energiek voelt, kan de ander juist moe, opgeblazen of uit balans maken. Dit komt doordat ieder mens een eigen stofwisselingstype heeft. Je stofwisselingstype bepaalt in welke verhouding jouw lichaam eiwitten, vetten en koolhydraten nodig heeft om voeding goed te verteren en om te zetten in energie. Dit type is zo uniek als je vingerafdruk en verandert niet.
In mijn praktijk combineer ik de leer van de stofwisseling met de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM). De stofwisselingsleer geeft inzicht in jouw persoonlijke behoefte aan macronutriënten, terwijl de Chinese voedingsleer kijkt naar de verteerbaarheid en energetische werking van voeding op jouw organen en Qi (energie). Niet calorieën tellen staat centraal, maar hoe je je voelt na het eten: heb je energie, een rustige buik, een heldere geest en een voldaan gevoel?
Door voeding af te stemmen op jouw stofwisselingstype én je spijsvertering te ondersteunen volgens TCM, ontstaat een persoonlijk en krachtig voedingsadvies. Dit kan bijdragen aan meer energie, een betere nachtrust, een rustige spijsvertering, hormonale balans, een sterker immuunsysteem en een gewicht dat bij jou past. Het gaat niet om een dieet, maar om duurzaam eten dat jouw lichaam werkelijk voedt en ondersteunt op de lange termijn.
“Het is mij glashelder dat ondervoeding op cellulair niveau – met andere woorden, een onevenwichtig of ontoereikend dieet – moet worden beschouwd als een van de belangrijkste redenen voor ziekten bij de mens.
Dat is de enige logische conclusie die kan worden getrokken uit tientallen jaren biochemisch onderzoek.
Wat betekent dit in de praktijk?
We moeten een methode ontwikkelen om het individu nauwkeurige te kunnen vatten in sterke en zwakke punten. Noem het een ‘metabool profiel’ als je wilt… in ieder geval heb je deze informatie nodig om degelijke voedingsadviezen op te stellen die zijn afgestemd op de individuele behoeften van de mens.”
Samen aan tafel — hoe doe je dat?
Verschillende stofwisselingstypes hoeven echt niet apart te koken. Een paar praktische tips:
- Kook de basismaaltijd niet te vet en niet te zout, en zet extra olijfolie, roomboter en zout op tafel. Het rood-vlees-en-vet-type voegt dan zelf toe wat het nodig heeft.
- Kip? De poten en het vel zijn voor het rood-vlees-en-vet-type, de filet voor het koolhydraat-type.
- Vis, peulvruchten, aardappelen en rijst kunnen voor alle types — met als aanvulling wat extra vet of een gebakken ei voor wie dat nodig heeft.
- Het ontbijt is bij uitstek het moment om volledig op je eigen type te eten, want dat doe je toch al vaak individueel.
Ontbijten: voor iedereen even belangrijk?
Volgens de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) zijn de spijsverteringsorganen ’s ochtends vroeg het actiefst — ideaal dus om de dag met een maaltijd te starten. Voor koolhydraat-types is een ontbijt bijna onmisbaar: zij hebben een gevoeliger spijsvertering en hebben regelmatig eten nodig.
Voor het rood-vlees-en-vet-type is er iets meer ruimte. Wie goed verzadigd is en zich fit voelt, kan prima toe met twee maaltijden per dag. Maar dan moet de spijsvertering wél op orde zijn.
Het simpelweg overslaan van het ontbijt — zoals bij populaire vormen van intermittent fasting — werkt voor de meeste mensen niet goed. De spijsverteringsorganen missen de ochtendprikkel en verzwakken verder. Een beter alternatief: een vroeg diner, een nacht vasten, ’s ochtends even bewegen in de buitenlucht, en dán ontbijten. Op die manier kun je alsnog 14-16 uur vasten.
Niet iedereen eet hetzelfde — en dat is prima
Stel je voor: twee mensen aan één tafel. De één schept gretig een extra lepel vlees op zijn bord en vraagt om meer zout. De ander kijkt er een beetje van op en geeft de voorkeur aan rijst met groenten. Wie eet er nu “goed”? Misschien wel allebei — want mensen hebben nu eenmaal verschillende stofwisselingstypes.
Wat zijn stofwisselingstypes?
Je stofwisselingstype bepaalt welke voedingsstoffen jouw lichaam het beste kan verwerken en waar je het meest van verzadigd raakt. Er zijn grofweg twee uitersten:
Het rood-vlees-en-vet-type heeft veel dierlijk eiwit en vet nodig. Koolhydraten verzadigen dit type nauwelijks. Fruit en suiker doen het weinig goed. Extra olie, zout en vlees zijn geen overdaad — ze zijn gewoon wat het lichaam vraagt.
Het koolhydraat-type floreert juist op groenten, granen en mager eiwit zoals ei of peulvruchten. Te veel vet of vlees voelt zwaar en onprettig. Dit type heeft vaak drie maaltijden per dag nodig plus tussendoortjes.
Het gebalanceerde type zit er tussenin en heeft een mix van beide nodig.
Waarom is dit belangrijk?
Mensen projecteren hun eigen eetbehoeften vaak onbewust op anderen. Een koolhydraat-type dat weinig vlees lust, denkt misschien dat vlees voor iedereen minder nodig is, bovendien is het beter voor het milieu! Een grote vleesliefhebber snapt niet waarom zijn partner na een stevig vleesgericht toch nog iets zoets wil of waarom vegetarisch leven voor hem zo moeilijk is. Maar het zit hem niet in discipline of smaak — het zit hem in het lichaam.
Dit speelt ook een rol bij kinderen. Een kind dat na een boterham nog steeds honger heeft, maar wél verzadigd raakt van een stukje vlees met ei, heeft simpelweg andere behoeftes dan zijn ouder die nauwelijks vlees lust. Geef kinderen daarom de ruimte om te kiezen, in plaats van jouw eigen eetvoorkeur als norm te stellen.
